icon icon

13 april 2021

Alles wat je moet weten over no-code en CMMN

Er vindt een verschuiving plaats van de traditionele manier van applicaties bouwen naar het maken van no-code applicaties. Hiermee verandert ook de standaard die je gebruikt om processen vast te leggen. Dit vastleggen wordt gedaan door middel van standaardnotaties. Hiermee kun je cases beter laten begrijpen omdat het je een grafische voorstelling gebruikt. Een voorspelbaar en traditioneel proces gebruikt vaak de standaardnotatie Business Process Management Notation (BPMN). Bij no-code applicaties kun je door de flexibiliteit een andere notatie gebruiken. Dit is de Casemanagement Model and Notation (CMMN). Maar wat is het verschil tussen deze twee notaties? En wanneer is het effectief om CMMN toe te passen bij no-code applicaties?

No-code Ontwikkelen
Alles wat je moet weten over no-code en CMMN

Verschil BPMN en CMMN

Zoals hierboven benoemd, was BPMN (zie linkerplaatje hieronder) eerder een veelgebruikte notatie om processen vast te leggen. Een proces kun je hierbij omschrijven als doelgerichte activiteiten die met elkaar samenhangen. Bij een proces werd er eerder vanuit gegaan dat deze activiteiten allemaal in een waarschijnlijke en voorspelbare volgorde verliepen. Dit is echter in de praktijk niet altijd, of zelfs meestal, niet het geval. Vaak verlopen processen een stuk onvoorspelbaarder dan verwacht. Hierdoor is het voor bedrijven steeds belangrijker om snel applicaties te kunnen maken en snel aanpassingen te kunnen doorvoeren. Deze nieuwe eisen in de markt leidden in 2014 tot CMMN: een event-driven standaardnotatie (zie rechterplaatje hieronder).

BPMN CMMN

Om te voldoen aan individuele behoeftes en situaties heeft deze standaardnotatie een ‘gebeurtenis-conditie-actie’-logica. Als er dit gebeurt, en er zit deze conditie aan vast, moet deze actie ondernomen worden. Op basis van een actie gaat er als het ware een trigger af voor een vervolgactie. Dit kan je zelf allemaal regelen in het no-code platform op basis van rollen en regels. Hierdoor hoef je je bij een aanpassing alleen nog zorgen te maken over het begin- en eindpunt. En niet meer over alle lijntjes in de workflow die met elkaar gelinkt zijn aan de achterkant.

CMMN is een minder complexe notatie dan de BPMN, doordat er minder componenten zijn die je vooraf modelleert (“imperative modelling”). CMMN probeert daarentegen alle mogelijke cases te beschrijven in één model (“declarative modelling”). Hierbij ligt de focus op één of meerdere doelen van het proces die, afhankelijk van de uitvoerder, je op verschillende manieren kunt bereiken.

Wanneer is het effectief om CMMN toe te passen?

  1. BPMN is vaak nog gebruikt bij low-code applicaties, maar CMMN is helemaal geschikt voor no-code applicaties. Dit komt doordat no-code platformen werken met bouwblokken in plaats van (deels) met code. Je hoeft je dus alleen druk te maken over de events die je wilt triggeren. Het is dus van nature veel flexibeler dan low-code.
  2. Daarnaast is het handig om CMMN bij no-code applicaties te gebruiken. Dit omdat de oude versies van de applicatie automatisch overgaan naar een nieuwe versie wanneer er aanpassingen zijn. Ze zijn op deze manier dus een stuk stabieler dan applicaties die BPMN gebruiken. Bij BPMN werken de oude versies van gebruikers dan niet meer totdat de ontwikkelaars alles aan de achterkant weer recht hebben gezet.
  3. Als laatste is het effectief om CMMN te gebruiken als snelheid bij het doorvoeren van wijzigingen noodzakelijk is. Er gaat namelijk veel werk zitten in de workflow van BPMN aanpassen bij een wijziging. Dit is bij CMMN een stuk eenvoudiger. En eenvoud in IT is natuurlijk het allermooist.

Kotuur maakt gebruik van de event-driven CMMN standaardnotatie. Wil je meer weten over Kotuur? Neem dan contact met ons op, dan bespreken we samen de mogelijkheden.

Meer interessante blogs: